Vezels
|
|
|
|
|
Voedingsvezels komen van alle eetbare planten, van groenten,
knollen, fruit en granen. Als je planten uitperst of droogt, houd
je behalve suikers en wat planteneiwit, vooral de vezels over:
bijvoorbeeld hooi, gedroogde appeltjes en witte en bruine
bonen.
Er zijn verschillende soorten plantenvezels, zoals lignines, polysacchariden, pectines, slijmen
en gommen, die in wisselende hoeveelheden in de verschillende planten voorkomen.
Deze vezels hebben betekenis voor onze stofwisseling en voor onze gezondheid.
Al deze vezelsoorten kunnen wij met onze eigen enzymen niet verteren. De vezels gaan
onaangetast naar de dikke darm, waar ze door bacteriën worden afgebroken tot
zogenaamde vetzuren: propionzuur, azijnzuur en boterzuur.
Boterzuur dient als voedingsstof voor de dikkedarmcellen, azijnzuur en propionzuur zijn
energieleveranciers voor het lichaam.
Behalve dat zij dienen als voedingsstof, vergroten de vezels ook het volume van de
ontlasting, doordat ze water aan zich binden.
Het volume van de ontlasting wordt ook groter, omdat bacteriën zich met de vezels als
voedingsbron vermeerderen en wel 75% van het totale ontlastingvolume kunnen vormen.
Ook ontstaan er bij afbraak van de vezels door de bacteriën gassen zoals kooldioxide,
waterstof en het stinkende moerasgas (methaan). Per dag worden 5-7 liters gas
geproduceerd. De darmwandcellen nemen dat gas op, geven het aan het bloed, het bloed
brengt het naar de longen en daar wordt het uitgeademd ( de knoflookgeur is bekend ).
Twee liter darmgas verlaat als wind de darm via de aars.

Voedingsvezels zijn dus een bron van energie en houden de ontlasting soepel, zodat die niet indroogt en daardoor wordt
obstipatie voorkomen.
Mogelijk binden vezels ook voor het lichaam schadelijke stoffen, die daardoor met de ontlasting uitgescheiden worden.
Het gebruik van vezels werd in de zeventiger jaren in verband gebracht met een aantal ziektes zoals blindedarmontsteking , ziekte
van Crohn, maagzweer, middenrifsbreuk, divertikels van de dikke darm, kanker en het prikkelbare darmsyndroom.
Sinds 1983 zijn er meer dan 4600 publicaties verschenen over onderzoekingen betreffende voedingsvezels in relatie tot ziektes.
Al die onderzoekingen leverden geen duidelijke relatie op tussen voedingsvezels en de boven genoemde ziektes.
Het advies dat vele artsen nog steeds geven aan hun patiënten om bij het PDS veel vezels te eten, is tegen de achtergrond van
deze wetenschappelijke onderzoekingen daarom weinig zinvol.
In de praktijk is namelijk gebleken: - Veel extra vezels eten laat 15 % van de PDS patiënten alleen wat makkelijker ontlasten.-
Meer dan 50 % krijgt meer buikpijn.- Bij de overigen gebeurt er helemaal niets.
En dat gaat dan alleen over de klachten van het PDS. Maar op de PDS ziekte zelf
hebben vezels geen genezende invloed, dus is het geen echte therapie.

Wetenschappers van de Universiteiten van Utrecht en Maastricht hebben in 2005
bevestigt dat een therapeutische rol van vezels niet duidelijk is en dat over het gehalte
aan vezels dat in de voeding zou moeten zitten geen aanbevelingen kunnen worden
gedaan.

De conclusie over de functie van voedingsvezels is dus tweeledig:
- Vezels eten is goed en gezond voor mensen met een gezonde darm.
- Vezels eten is geen goede therapie voor de behandeling van het PDS.

Vezels ja,
maar wel
met een
gezonde
darm!
|
|
|
www.drwullink.nl
afspraak maken
Home