Obstipatie
|
|
|
|
|
Door het poepen te verbieden wordt de normale gezonde poepreflex onderdrukt uit domme fatsoensoverwegingen en weet men
zich later ook vaker aan de reflex te onttrekken omdat men belangrijkere dingen meent te moeten doen: telefoneren, een klant
helpen, niet op een vreemde wc willen etc. Poepen kan wachten tot later tot het beter uitkomt. Maar als er zich dan uren later
weer een poepreflex aandient, is de ontlasting een stuk dikker en droger geworden en moet er vaker geperst worden om te
kunnen ontlasten. Maag-darmartsen vinden het normaal als je één keer per dag tot drie keer per week ontlast.Pas als je minder
dan drie keer per week naar de wc gaat vinden ze dat je constipatie hebt, maar mensen die zo weinig naar de wc gaan, hebben
daar meestal veel last van en die vinden het helemaal niet normaal om met een opgezette buik, buikpijn en misselijkheid door
het leven te moeten. Ze worden er humeurig van, hypochonders noemt men ze ( = onderbuikschagrijnen). Hun activiteiten en
prestaties nemen af, ze slapen vaak te weinig. Ze willen heel vaak niet op vakantie, omdat ze dan helemaal niet meer naar de
wc kunnen. Artsen onderscheiden twee soorten verstopping: ?n ontstaat in de dikke darm, de zogenoemde idiopathische
constipatie ( idiopathisch = oorzaak onbekend), de ander ontstaat door verkramping van de aarssluitspieren en wordt
uitlaatconstipatie genoemd. Zoals gezegd is niet bekend waardoor de idiopatische constipatie van de dikke darm ontstaat. Het
onderdrukken van de poepreflex speelt in elk geval een rol: daarnaast echter zijn er afwijkingen te vinden in de darmwand die
je met verschillende kleurmethodes onder de microscoop zichtbaar kunt maken. Je ziet dan vooral afwijkingen aan het
zenuwweefsel dat uit bundels heel fijne vezels bestaat. Afwijkingen die er de schuld van zijn dat het zenuwweefsel van de darm
niet goed functioneert.
Die zenuwvezels, zo fijn als spinrag, geleiden elektrische stroompjes, die de darmspieren aan het werk moeten zetten. Door de
beschadiging van deze vezels lijken er op verschillende plaatsen in de darm kortsluitingen te ontstaan, die leiden tot
darmtraagheid en vervolgens tot obstipatie en darmkrampen.Maar ook ontbreken er een aantal biochemische stoffen in de
darmwand, die nodig zijn voor een goed geregisseerde functie van de darm. Dat wil zeggen een goede verhouding tussen de
kneedfunctie van de darm en de voortbewegingsfunctie die de ontlasting naar de aars brengt. Een tweede afwijking bij
constipatie vindt men in de darminhoud. De darminhoud is natuurlijk eerst voedsel dat naar de aars toe langzamerhand
verandert in ontlasting. In de darminhoud van constipatiepati?en komen grote aantallen bacterien voor die in een gezonde darm
niet voorkomen.
Obstipatie komt heel vaak voor. Meer bij vrouwen dan bij mannen. Op school
leerden wij dat als je je buik vulde met eten,er dan plaats gemaakt moest
worden voor deze maaltijd en dat betekende dat je je moest ontlasten, anders
raakte je verstopt. Als je drie keer per dag eet, moet je dus eigenlijk drie keer
per dag naar de wc, dat gevoel wordt maag-darmreflex genoemd. Bij baby's die
gevoed worden zie je die reflex altijd: Ze hebben een paar slokken gedronken
en dan komen er uit de luier geuren en geluiden ten teken dat er ruimte gemaakt
wordt voor een portie verse melk. Als jonge kinderen wat gegeten hebben van
een maaltijd, willen ze vaak van tafel om te poepen. Laden en lossen noemt men
dat, gewoon de maag-darmreflex. Meestal wordt het kinderen verboden om van
tafel te gaan, eerst bordje leeg, dan nog een toetje en dan pas mag je van tafel
om op de wc verlost te worden van je buikkramp.
Waardoor de afwijkingen in de darmwand en in de darminhoud ontstaan die leiden tot obstipatie is
onbekend. Men denkt dat een ooit doorgemaakte acute darmontsteking als bijvoorbeeld paratyfus,
zomerdiarree of dysenterie er de oorzaak van kan zijn, en dat de darm daarna niet in staat blijkt
volledig te herstellen. Als je als arts deze obstipatie wilt behandelen, moet je ervoor zorgn dat de
ongewenste bacterien uit de darm verdwijnen en de goede terugkomen, dat de zenuwvezels in de
darmwand herstellen zodat ze op de normale manier stroompjes geleiden en zonder kortsluiting de
darmspieren tot normaal functioneren aanzetten; dat betekent dus minder kneden van de inhoud
waardoor de ontlasting minder indikt en ook sneller naar de anus gaat.
Laxeermiddelen prikkelen weliswaar veel meer de poeptransporterende functie dan de kneedfunctie van de darm, zodat er
uiteindelijk wel ontlasting komt, maar op een gegeven moment is de darm zo overprikkeld, dat hij alleen maar reageert op
meer van het laxeermiddel of op een sterker middel, dat dan dikwijls meer buikkrampen veroorzaakt. Bovendien kunnen
laxeermiddelen er niet voor zorgen dat de andere klachten, die vaak gepaard gaan met obstipatie genezen. Daarvoor moet
een goede therapie gekozen worden op basis van een, tijdelijk te gebruiken, therapeutisch dieet en tijdelijke medicatie. De
andere vorm van constipatie is de uitlaat- of bekkenbodemconstipatie: De aarsuitgang is te nauw geworden zodat de ontlasting
er niet meer uit kan, maar zich verzamelt boven de sluitspieren. Er zijn verschillende oorzaken van deze aarsvernauwing. Een
ontsteking van het slijmvlies in het aarskanaal, een ontsteking van de aarsslijmklieren of ontstoken anale papillen Door deze
ontstekingen juist boven de sluitspieren, worden bij het ontlasten, als dus de poepreflex goed op gang komt, de sluitspieren zo
enorm geprikkeld dat zij in plaats van zich te openen juist heel krampachtig samentrekken, zodat ontlasten heel moeilijk wordt
en steeds moeilijker wordt naarmate er meer tijd verstrijkt na de vorige ontlasting. Om vast te stellen of een patiënt een
uitlaatobstipatie heeft moet de onderzoekende arts natuurlijk in de aars kijken en voelen of de sluitspier normaal is of
vernauwd. Als hij daar een slijmvliesontsteking vindt kan hij een dieet en medicijnen geven waardoor de obstipatie vanzelf
verdwijnt, zoals bij de idiopatische obstipatie. Vindt hij ontstoken aarsslijmklieren of ontstoken papillen dan kan hij die plekken
plaatselijk verdoven, waardoor de aarskramp meteen ophoudt en de aars normaal doorgankelijk wordt. In dat geval is er dus
sprake van uitlaatobstipatie ten gevolge van sluitspierkramp, die ontstaat door kleine ontstekingen in het aarskanaal van
klieren of pappillen. Als die ontsteking behandeld wordt door een kleine ingreep is de obstipatie verdwenen.
Als echter deze situatie jaren blijft bestaan verhardt een circulair deel van de sluitspieren, waardoor de elasticiteit verdwijnt en
er een vaste enkele mm. dikke ring in de aars ontstaat, waar nog net een pink door kan - met behoorlijk veel pijn - maar geen
normale drol. Als er zo'n bindweefselring ontstaan is, is er maar één therapie mogelijk, namelijk onder plaatselijke verdoving
insnijden van deze bindweefselband en oprekken van de anus tot normale grootte. Dat is een eenvoudige ingreep waarbij de
napijn meestal erg meevalt, terwijl de sluitspieren niet beschadigd worden. Samenvattend kan met dus vaststellen dat er twee
soorten obstipatie zijn, die op totaal verschillende manier behandeld moeten worden: De dikke darm obstipatie moet
behandeld worden met een dieet en medicijnen, gedurende een aantal maanden. De uitlaat obstipatie kan verholpen worden
zonder de sluitspieren te beschadigen, door het wegnemen - onder plaatselijke verdoving - van ontstoken slijmklieren en
ontstoken papillen of door een eventuele bindweefselring door te
snijden.

|
|
|
www.drwullink.nl
afspraak maken
Home